Project Insecten
Oudste kleuters klas Iris: mei 2011





Mijn insectenfiche


Door mijn deelname aan een verscheidenheid aan activiteiten, kan ik stellen dat ik een ‘kleine insectendeskundige’ ben...





Deze activiteiten draagden bij tot mijn insectenkennis:
  • informatie opzoeken/beluisteren rond insecten
  • zoeken van beestjes,de beestjes bestuderen, de identiteit opzoeken,... de natuurontdekhoek
  • een insectenpoppenspel naar voren brengen
  • insecten tekenen op het whiteboard volgens stappenplan
  • kleien van insecten
  • een vlinder timmeren met rietjes
  • met blauw en geel schilderden we groene blaadjes voor de lieveheersbeestjes
  • insecten knutselen
  • insecten tekenen, drukken, verven volgens bepaalde technieken
  • verkleden als insecten
  • insecten’huisjes’ maken in de zandbak, de insecten sorteren per soort
  • met kidknex insecten bouwen, via plannetjes insecten leggen met de steekparels of de gewone parels
  • werkblaadjes rond insecten
  • op de lichtbak insecten overtekenen, namen stempelen
  • op de bouwhoek huisjes bouwen voor de insecten
  • insectenpuzzels maken
  • leuke spelletjes
  • de cd beluisteren van het insectenverhaal
  • op het krijtbord insecten tekenen volgens stappenplan
  • met de chunkies de bewegingen van de insecten nadoen
  • wat zijn er mooie verhalen over insecten, en reuze-interessante boeken over insecten, de moeite waard om te bekijken
  • in de zandschrijftafel ‘tekenen’ we de bewegingen van insecten


Wat we te weten kwamen over insecten...
  • Zij maken deel uit van een hele grote groep dieren die we opdelen in verschillende groepen; de 1-celligen (vb. het pantoffeldiertje), de sponzen, de holtedieren (vb. de zeeanemoon van visje Nemo), de stekelhuidigen (vb. zeester, zee-egel), de wormen, de weekdieren (vb. mossel, inktvis, slak), de geleedpotigen (dit zijn de insecten, maar ook de spinachtigen, de kreeftachtigen en de duizendpootachtigen), en als laatste groep heb je de gewervelde dieren (waaronder de vissen, de amfibieën, de reptielen, de vogels en de zoogdieren)
  • De insecten op hun beurt worden ook onderverdeeld in ordes; de libellen, de rechtvleugeligen (krekels en sprinkhanen), de kevers, de vlinders, de 2-vleugeligen (vlieg, mug) en de vliesvleugeligen (mier, wesp, bij). De wantsen behoren tot een onderorde van de insecten.
  • Een insect heeft een uitwendig skelet (een pantser), de poten bestaan uit stukjes, 3 paar poten, het lichaam bestaat uit een kop, borststuk en een achterlijf.
  • LIBEL: legt haar eitjes in het water; deze wordt een larve, en groeit, wanneer groot genoeg komt ie uit het water en ondergaat een gedaanteverwisseling. Insecten zijn als het ware TRANSFORMERS! de libel barst dan uit zijn huid. hij gaat in de zon zitten om zelf en zijn vleugels te laten drogen. wanneer deze droog zijn, kan ie gaan vliegen.
  • DE RECHTVLEUGELIGEN: vb. de sprinkhaan. Op zijn onderbenen heeft ie kleine stekeltjes, hij wrijft ermee tegen zijn dekschilden, en zo hoor je de sprinkhaan sjirpen (zingen). hij heeft stevige achterpoten om goed te kunnen springen.Met zijn voorpoten kan ie goed de grassprietjes vasthouden. Zijn kop en borststuk zijn stevig gepantserd, als bescherming voor zijn lichaam. Twee paar stevige kaken dienen om al dat lekker gras te verorberen, en met zijn facetogen kan ie heel goed zien. Pas op voor mijn achterpoten, die kunen heel gemakkelijk loskomen.
  • DE KEVERS: vb. de hazelnootsnuitkever, het vliegend hert, het lieveheersbeestje.
    De hazelnootsnuitkever is heel klein, legt haar eitje in de hazelnoot. Het larfje eet de binnenkant van de hazelnoot op, daarna komt ie naar buiten om te transformeren tot kever. Hij heeft 2 stevige dekschilden om hem te beschermen.
    Het vliegend hert heeft 2 grote kaken. Hij gebruikt deze kaken ook om mee te vechten.
    Het lieveheersbeestje is fel gekleurd zodat de roofdieren zouden weten dat deze beestjes niet lekker zijn. Wanneer het lieveheersbeestje zich bedreigd voelt zal hij enkele oranje druppeltjes laten vallen; die zijn giftig, stinken en smaken vies. De stippeltjes op zijn rug geven niet zijn leeftijd aan, maar elk soort heeft zijn eigen aantal stippels, en zijn kleur.
  • DE VLINDERS: de vlinder legt een eitje, deze groeit uit tot een rups, draait zich in een coccon om daarna een mooie vlinder te worden. het mannetje en het vrouwtje gaan met de poepen tegen elkaar staan om kleintjes te maken. Er bestaan dag– en nachtvlinders, meestal zijn de nachtvlinders de mooiste.Je moet oppassen met hun vleugels, deze zijn snel beschadigd en dan kunnen ze niet meer vliegen. Met hun pootjes proeven ze eerst, daarna rolt hij zijn lange tong uit.
    Enkele namen van vlinders die we van dichtbij zagen; het oranjetipje, de lantaarndrager, het citroentje, de dagpauwoog, de doodshoofdvlinder
  • DE 2-VLEUGELIGEN: de vliegen en de muggen
    De vlieg is echt geen vies dier! ze knapt zich op telkens als ze landt. Ze wrijft met haar pootjes over haar lichaam, voelsprieten en vleugels. Ze doet alle viezigheid weg en daarna maakt ze haar pootjes proper door ze op elkaar te wrijven. De haartjes maakt ze proper om goed te kunnen voelen, de voelsprieten om goed te kunnen horen, de pootjes om goed te kunnen proeven.onder haar pootjes heeft ze ook zuignappen; zo kan ze ondersteboven hangen.
  • DE VLIESVLEUGELIGEN: bijen, wespen en mieren
    Zowel bij de bijen als bij de mieren is de koningin degene die de eieren legt, de mannetjes zorgen voor de bevruchting en sterven dan. De werksters in het nest poetsen, voeden de larven, bouwen aan het nest, zorgen voor de bevoorrading, bewaken het nest of zijn haalbij. De bijen praten met elkaar; vliegen ze in rondjes dan is er voedsel dichtbij, vliegen ze in 8-vorm, dan is het voedsel verder te vinden.
  • DE WANTSEN: de groene stinkwants of de platte schildwants, de vuurwants
    Wordt de wants bedreigt dan verspreidt ze een stinkende vloeistof, dit helpt om roofdieren weg te houden. Zelf ruiken ze met hun voelsprieten. De schildwants prikt in een blad en zuigt het sap op. In de herfst veranderen zijn groene dekschilden van kleur, en worden bruinig. De vuurwants heeft zijn naam te denken aan zijn kleur. Deze wants eet ook planten, maar ook dode en levende insecten. de wants kan niet vliegen en vindt je vooral bij de lindeboom.
    Dit kleine beestje was het begin van ons project insecten.
    We hebben er van genoten.





Oma Wieske (van Daan) kwam ons meer vertellen over de insecten


Het oranjetipje


Op zoek naar beestjes


Oma Wieske in actie


Insectjes zoeken is plezant





NAAR BOVEN | VERSLAGEN | HOME