Project Varken
oudste kleuters: klas Iris








Welkom, welkom, bij de drie biggetjes...
Zo klonk het in de klas

De juf moest de cd opzetten
Er werd alom verteld over de komst van de drie biggetjes


Een nieuw project kon niet langer op zich laten wachten

HET VARKEN
  • welke kleur heeft het varken
  • wat eet het varken? Insecten?
  • Hoe heet het vrouwtje, mannetje, kleintje
  • Welk vlees van het varken wordt gebruikt; welke delen van het lichaam zijn dat
  • Hoe maken ze het vlees
  • Hoe maken ze varkens
  • Hoe worden varkens naar een boerderij/slachterij gebracht

  • een varkensboerderij maken in de poppenhoek: ons verkleden, maskers maken
  • varkenseten proeven
  • een varken leren tekenen
  • een varken knutselen
  • boekjes lezen en luisteren naar verhaaltjes
  • versje/liedje
  • poppenkast

  • naar de kinderboerderij gaan
  • naar de varkensgaan: op een boerderij/kwekerij (wat is het verschil?)


Onze playmobilboerderij werd voorzien van een groot aantal varkentjes en biggetjes; zo ook voor de boerderij die we deze keer een plaatsje gaven op de automat. Gelukkig konden we bij de klas van Ine aankloppen voor wat extra knorbeesten.
We leerden varkentjes tekenen op allerlei manieren en zelfs drukken met onze eigen vingers. Ook hanteerden we verschillende vormen om er uiteindelijk een varken mee te knutselen; cirkel, rechthoek, driehoek,... en grappig om te zien dat de kleuters het nog moeilijk hadden met een vooraanzicht van een varken. Ook al maakte de juf een voorbeeld, toch maakten zij telkens een varken in zijaanzicht.

Een bezoekje aan de kinderboerderij was ons eerste contact met de varkens; een grote wei voor drie grote varkens. De ganse weide was kapot gewroet en we konden goed zien hoe; hun neusje staken ze overal in. Wat grappig was; als de varkens neerlagen was hun staartje recht; liepen ze rond, was het gekruld. Nadien kon geen enkele boer ons vertellen hoe of waarom, want de staartjes bij de biggetjes worden al vlug ingekort. Ons brood vonden ze in ieder geval heel lekker.

Varkentjes schilderen, gezelschapsspelletjes; Varkentje Knor en zelfs een spelletjes waarbij de kleuters zelf een (magnetische) varkensneus moesten opzetten.; een heel grappig gezicht!, varkentjes kleien,...

Heel wat verhaaltjes hebben we gevonden in de bib, en ook heel wat infoboekjes. We hadden zeker geen tekort, en eigenlijk is zo'n varkentje wel een grappig dier.

Onze poppenhoek werd omgetoverd in een boerderij met varkentjesweide en stal. Met een varkensneus op hun snoet waanden ze zich echte varkens en kropen zelfs in en op de kast (= de stal). Een boer met de klompen aan en de nodige strohoed op zijn hoofd; het plaatje was kompleet.

Dan trokken we naar een varkensboerderij/kwekerij. Dit was eerst wel even schrikken voor de kleuters. Het beeld dat zij hebben van de boerderij (van de boekjes, kinderboerderij,...) was niet het juiste! Eerst zagen we de zeugen; een heleboel! Allemaal op een rijtje tussen traliewerk; als de kunstmatige bevruchting gelukt was ( ja, de juf heeft achteraf met heel veel moeite uitgelegd hoe en wat dit is) mochten de zeugen in een groter hok samen gaan zitten. Wanneer ze klaar waren om hun biggetjes te krijgen, mochten ze naar een hok voor zichzelf en groot genoeg zodat hun biggetjes erbij kunnen. Water en eten komt op gepaste tijdstippen uit buisjes in hun eetbak terecht, de pipi en kaka valt door de roosters naar beneden in de kelder. De biggetjes blijven een maandje bij de mama. Als mama knort komen ze aangehuppeld om te dringen, wanneer er meer biggetjes dan tepels zijn, moet het biggetje met de fles worden gevoerd. De varkens zijn geen bezoek gewoon en schrikken al bij de stemmen van de kleuters, daardoor hadden de kleuters in het begin ook wel bang van de varkens. Wanneer het biggetje werd opgehoffen door de boer krijste het heel de boerderij bij elkaar, dat was schrikken, gelukkig was de juf daar om te troosten; Dat vond het biggetje wel zeer aangenaam!
Per gewicht verhuisden de biggetjes telkens van stal/hok. Daar zaten ze dan met ongeveer een 10tal tot ze vet genoeg waren voor het volgend hok. Wanneer ze een 120kilo wegen kregen ze een streep op hun geverfd. 's Nachts kwam de vrachtwagen ze ophalen en bracht ze naar de slachterij. Daar moesten de varkens 2 uur op voorhan aankomen om weer tot rust te komen alvorens ze werden geslacht. Deze varkens hadden van het begin tot het einde van hun leven geen daglicht gezien. Dat vonden de kleuters wel erg.
Deze boer kon ons niet echt vertellen wat het varken allemaal at; het eten voor het varken zat vermalen in korreltjes en werd in grote silo's gestort door een vrachtwagen. Het vlees van het varken??? Dat moesten we maar aan een slager vragen...

De kleuters waren wel zeer geïnteresseerd in het vlees van het varken; zou het spek van de oren zijn?... neen ik denk van de poten...
Maar een slachterijbezoek ging me toch wel iets te ver; een bezoekje aan de slagerij, en aan het vleeswaren bedrijf kon niet doorgaan wegens gezondheidsredenen.
Wie ging ons nu vertellen over het vlees van het varken...

Terug in de klas gingen we ons nog steeds niet vervelen.
Een varkenspuzzel maken, varkentjes knutselen, onze luisterhoek werd van de nodige varkentjesverhaaltjes voorzien en was zeer in trek, een varkentje drukken mbv een glasraam, een stalletje timmeren, een versje, op der amen tekenen.
Toen Marie jarig was konden we zelfs samen met de ouders van Marie een varkentjessleutelhanger of –schudbol maken.
Op de computer werd het spelletje van Oscar ontdekt de boerderij gespeeld. Op de blokkenmat probeerden we allerlei huisjes te maken voor de biggetjes; welk was het stevigst, welk konden we omblazen.
Op het krijtbord werden er ook heel wat varkentjes getekend. Onze zandbak werd een modderbak voor de varkens, maar sommige kleuters hebben toch wel een raar idee bij modder (nl heel waterig!), we keken een keertje naar Big&Betsy, en naar eht verhaal van de 3 biggetjes.

En dan... nog een bezoekje aan een boerderij, maar deze keer een ecologische boerderij.
In deze boerderij werden dieren gehouden die door de mensen kunnen besteld worden voor het vlees, groenten, kippen, eieren, siroop,... verkopen ze ook in hun boerderijwinkeltje. Een tochtje in de kar achter de traktor door de weides, een rondleiding op de boerderij; schapen, kippen, konijnen en natuurlijk de varkentjes. Deze varkentjes zagen wel daglicht, konden naar buiten, konden rondwroeten in het stro en wat een geknor toen we in de stal waren ; deze keer hadden de varkentjes en de kindjes geen bang, ze vonden het leuk tussen de varkentjes te vertoeven en lieten hun zelfs besnuffelen. Deze keer konden ze ons wel vertellen welk vlees van het varken komt en wel deel van het lichaam dat dan wel is. Ook konden ze ons vertellen wat ze graag eten; deze varkens kregen ook vetmeel maar ook afval van de groenten, van aan tafel,...
Deze keer most de boer ook vertellen hoe een varkentje werd geslacht, en achteraf de juf nog eens... De juf moest even slikken; elektrische schok, varken laten leegbloeden, bloed opvangen voor bloedworst, versnijden,... Ze wilden het weten.
Na afsluiting van ons bezoek vertelde Conny (Sara) ons nog eens wat dat nu juist is een ecologische boerderij.
Als afsluiting maakten we een varkenscake, wasten we onze varkentjes, speelde de juf poppenkast en smulden we ons 'varkentje' op.

En toen kwam er een varkentje met een lange snuit, en ons verhaaltje was uit.



DIT LEERDEN WE ALLEMAAL:

Varkens hebben kleine oogjes; ze zien niet zo goed als wij.

De schijf vooraan zijn neus noemt men wroetschijf.

Varkens zijn echte slokoppen; slurpen alles naar binnen, heel haastig, alsof ze bang zijn dat iemand hun voer zal stelen.
Ze drinken lekker water en lopen ze buiten lusten ze ook allerlei planten.

Buiten kunnen ze rondlopen, maar binnen is er niet zoveel te doen en dus slapen ze veel. Ze wriemelen tot ze een goed plekje hebben gevonden; tegen een muur of tegen elkaar.

Varkens houden niet van warmte. Als het heel warm is, willen ze in de modder rollen ter afkoeling of een douche nemen, want ze hebben geen zweetklieren zoals wijzelf.

Jonge dieren spelen graag, ook biggen. Vaak vechten ze; ze bijten elkaar in de kop, oren, staart. Ze proberen elkaar omver te duwen, ze vechten niet om te doden maar om te zien wie de sterkste is, want deze mag de baas spelen.

De zeugen worden dractig door tussenkomst van een beer of door kunstmatige insiminatie (sexuele voorlichting kon deze keer niet ontbreken)
In haar buik kunnen wel 10 tot 14 biggetjes groeien. Na 3 maanden, 3 weken en 3 dagen zijn de biggetjes groot genoeg om geboren te worden. (dus ongeveer 16 weken)

Pasgeboren biggetjes kunnen niets zien, oogjes zijn nog dicht. Maar een paar minuten na de geboorte kunnen ze al lopen en vinden ze al wagelend hun weg naar de tepel, want daaruit komt lekkere melk. ( Hoe vinden ze die, want ze kunnen toch niets zien, vroegen de kleuters). Ze ruiken waar ze naartoe moeten gaan. Na ongeveer een week gaan de oogjes open. Elke big heeft zijn eigen tepel.

Als de biggen nog jong zijn, drinken ze ongeveer om het uur. Tussendoor slapen ze, maar de biggen groeien vlug.
Na 4 tot 6 weken hebben ze geen moedermelk meer nodig en krijgen dan vast voedsel. Na 16 weken wegen ze al 50 kg.

Er bestaan verschillende varkensrassen. Ze lijken op elkaar, maar bij sommige staan de oren rechtop en bij anderen hangen ze. Sommige hebben een roze vacht, andere een zwarte of een gevlekte.

Het varken is een huisdier. Het wordt al heel lang gekweekt om zijn vlees. De voorvader van het huisvarken is de ever.
In sommige bossen leven nu nog wilde zwijnen; evers of everzwijnen. Ze hebben een bruine, borstelige vacht, een lange snuit (langer dan bij het huisvarken) en korte oren (korter dan bij het huisvarken). Het mannetje kun je herkennen aan zijn grote hoektanden. Deze dienen om te vechten en te graven.Ze hebben vaak last van ongedierte. Om de lastige diertjes kwijt te raken, nemen ze een modderbad. Dit ook om af te koelen.
Jonge evers hebben een gestreepte vacht. Deze strepen verdwijnen wanneer ze een half jaar oud zijn.
Elk jaar krijgt de moeder 3 tot 12 biggen; ze worden frislingen genoemd. 2 maanden lang drinken ze melk bij de moeder. Daarna moeten ze zelf hun voedsel bij elkaar zoeken: wortels, knollen, eikels, beukennootjes, muizen, insectenlarven,...








TERUG NAAR VERSLAGEN | NAAR BOVEN | HOME